Meteen naar de inhoud

Hoe stimuleer je spel bij kinderen met autisme? Dit heb ik geleerd

Jonge kinderen leren tijdens het spelen. Maar wat als een kind autisme heeft en deze ontwikkeling anders verloopt? Hoe kan je het spel dan goed begeleiden? Door de jaren heen heb ik steeds wat meer geleerd over de spelontwikkeling van kinderen, ik help je graag op weg!

Om het spel van kinderen met autisme te stimuleren is het belangrijk dat je leert aan te sluiten bij hun spel. Om dit op een prettige manier te doen gebruik ik de VAT-principes. VAT staat voor Volgen – Aansluiten – Toevoegen. 

Het is (naar mijn mening) mooi dat je je verdiept in de spelbegeleiding voor kinderen in het autistische spectrum. Geef jezelf de tijd om te onderzoeken wat werkt voor jou en jouw leerling. Elk mens is anders en heeft zijn unieke eigenschappen. 

Dat is natuurlijk ook zo met kinderen die de diagnose autismespectrumstoornis (ASS). Er zijn bepaalde kenmerken terug te vinden die kunnen ondersteunen bij de (spel)begeleiding, maar ze hoeven niet bij elk kind waarneembaar te zijn.

VAT-principes: Volgen – Aansluiten – Toevoegen

De V van volgen: kijk en luister naar het kind

Het observeren van spel is een belangrijke taak van de leerkracht of pedagogisch medewerker. De eerste stap van het VAT-principe is niet voor niets het volgen van het kind.

Door een open houding aan te nemen en de tijd te nemen om rustig te kijken krijg je veel inzicht in de manier waarop een kind speelt. Kijk naar de handelingen en de materiaalkeuze van het kind. Luister naar de uitspraken en de interactie. 

Ik adviseer je echt de tijd te nemen om te observeren met volle aandacht, dan heb je de gelegenheid om ook de kleine dingen waar te nemen.

Lukt dat niet alleen? Probeer dan ondersteuning te vragen, misschien dat de intern-begeleider kan helpen in de groep zodat jij rustig kan observeren.

Wil je echt de diepte in? Dan is het heel waardevol om het spel te filmen. Je kijkt de beelden later op je gemak terug. Het prettige aan filmbeelden is dat je fragmenten opnieuw kunt bekijken. Subtiele reacties en interacties kun je goed waarnemen.

Aan de hand van de filmbeelden kun je het spelniveau en -repertoire in kaart brengen. Het spel van kinderen met autisme hebben bepaalde kenmerken die van invloed kunnen zijn voor jouw vervolgstappen.

Als je de spelbegeleiding graag gestructureerd wil voorbereiden kan je ook mijn format gebruiken, die kan je vinden bij de downloads. Je kunt voor meer achtergrondinformatie ook mijn artikel lezen over spelbegeleiding

Wat is kenmerkend voor het spel van kinderen met ASS?

Kinderen met autisme spelen vaak volgens een vast script, ze hebben als het ware een vaste routine in hun spel. Het spel kan dan oppervlakkig blijven, ze kiezen voor dezelfde blokken en bouwen dezelfde toren. Of ze kiezen elke dag voor de auto’s en sorteren deze op kleur. 

Het vermogen om de betekenis achter de primaire betekenis te begrijpen is een vroege vorm van fantasiespel. Dit noem je het meta-representatieniveau.

De functionele betekenis wordt losgelaten en een stok kan ineens een gitaar worden of een banaan wordt een telefoon. Zodra dit anders wordt begrepen kan het stress veroorzaken bij een kind.

Voor kinderen met ASS kan het dus lastig zijn om fantasiespel te spelen, inleven in een ander is immers een uitdaging.

Soms zie je bij meisjes met autisme wel dat zij bijvoorbeeld in het keukentje rommelen met de pannetjes en borden. Maar als je goed observeert, is de kans groot dat je dan de vaste scripts herkent. Er is eigenlijk geen sprake van fantasiespel of ‘doen alsof’.

Wat ook kan voorvallen is dat kinderen zich juist zo ontzettend verliezen in de ‘fantasiewereld’, dat zij deze niet meer kunnen onderscheiden van de werkelijkheid. Dit kan zorgen voor een angstig gevoel. Ze blijven als het ware hangen in de situatie of het verhaal.

Tijdens het observeren kan het je ook opvallen dat kinderen met autisme graag alleen spelen. Of soms zijn zij tijdens het spelen meer gericht op het materiaal dan op degene met wie ze spelen. Ze hebben nauwelijk tot geen contact met anderen kinderen.

Aan de andere kant kunnen kinderen juist veel en soms wat claimend contact hebben met een ander. Tijdens het spelen kunnen ze zeer rigide zijn, ze hebben duidelijke regels en kaders waar de ander in mee (moet) gaan.

Kinderen met ASS nemen de omgeving op een andere manier waar, daarnaast verloopt de betekenisverlening anders. Tijdens het samenspelen kan hierdoor onduidelijkheid of een conflict ontstaan. Het kan ook gebeuren dat ze bijvoorbeeld lachen op een moment dat voor de ander zeer onlogisch is.

Sociale prikkels kunnen zeer vermoeiend zijn voor kinderen met autisme. Soms is de focus op één prikkel een strategie om zichzelf rust te geven. Kinderen kunnen zich verliezen in een bepaald materiaal, soms dus uit zelfbescherming.

Hopelijk helpen de kenmerken jouw een beetje op weg. Nadat je de tijd hebt genomen om te kijken en luisteren naar het spel van het kind, heb je de beginsituatie goed in beeld. Je hebt een beeld van de sterke kanten en de uitdagingen van het kind dat je wil begeleiden.

Het spel van meisjes met autisme

Ik heb een periode ingevallen in een klas waar een meisje met autisme in zat. Het meisje was mij qua gedrag niet opgevallen. Ze maakte oogcontact, leek vrolijk en had twee goede vriendjes. 

Ouders vertelde mij dat zij thuis woede uitbarstingen had van vermoeidheid en frustratie. Samen zochten we naar manieren om de prikkels gedurende de schooldag te verminderen en hoe ik haar het beste kon begeleiden in de klas. 

Autisme uit zich bij meisjes anders dan bij jongens, hierdoor wordt het bij meisjes ook vaak pas laat gediagnosticeerd. Juist daarom wil ik er even aandacht aan besteden. De obstakels waar meisjes tegenaan lopen zijn subtiel.

Meisjes met autisme zijn erg gericht op de omgeving, ze observeren het gedrag en het spel om hen heen. Hierdoor komen ze soms weinig toe aan hun eigen spel of ze kopiëren het spel van anderen (soms zelfs letterlijk). Hierdoor raken zij ontzettend overprikkeld.

Het is daarom erg belangrijk dat je hen vaste rustmomenten geeft, een herstelperiode om weer op te laden. Lees meer over hoe je overprikkelde kleuters met autisme kunt helpen in mijn artikel. Wil je meer leren over prikkels en prikkelverwerking? Lees dan mijn artikel over prikkelverwerking.

De A van Aansluiten: speel mee het kind

Je neemt in deze fase een volgzame houding aan. Je probeert echt open te staan voor de interesses en ideeën van het kind waarmee je wil werken. Door aan te sluiten ontstaat er een wederkerigheid tussen jou en het kind.

Tijdens een module over spelbegeleiding vertelde een studiegenoot hoe zij contact wist te maken met een leerling door aan te sluiten bij zijn spel. Dit jongetje was verstandelijk beperkt en een had een autismespectrumstoornis. Hij sprak niet tot nauwelijks.

Deze collega vertelde dat zij zijn spel ging spiegelen. Ze bouwde precies dezelfde toren als de toren die hij maakte. En er kwam zowaar contact tussen haar en het jongetje! Hij gaf haar een blokje…

Dit verhaal illustreert voor mij echt de kracht van aansluiten, je bekrachtigt het kind door mee te gaan in zijn of haar beleving. Je stimuleert het gevoel van competentie en de onderlinge relatie

Dit betekent niet dat écht aansluiten gemakkelijk is voor iedereen. Zeker als je zelf veel (spel)ideeën hebt en je bezig bent met het doel wat je wil behalen.

Stel tijdens het spelen geen dertig vragen achter elkaar. Introduceer niet twintig nieuwe materialen. Deze fase gaat immers nog over het aansluiten. Heb geduld.

Je kunt er zelfs voor kiezen om het vertrouwen op te bouwen en een aantal speelsessies puur en alleen aan te sluiten. Volg, spiegel en speel mee. Vraag eventueel wat jij mag doen bij het spel. De regie ligt bij het kind.

De T van Toevoegen: verrijk het handelingspatroon of de taal

Voordat je een element gaat toevoegen aan het spel heb je een goed in beeld hoe hij of zij speelt en is er een vertrouwelijke relatie. Nu is het dan tijd voor de T van Toevoegen.

Het toevoegen kan in de vorm van taal door een prikkelende vraag te stellen of door aanvullende informatie te geven over het spelmateriaal.

Dit doe je bijvoorbeeld door uit te leggen hoe spelmateriaal werkt of de kenmerken te benoemen. Daarnaast kan je positieve bekrachtiging geven of taal geven aan de handelingen van het kind.

Daarnaast kan je een rolmodel zijn voor het kind, jij demonstreert wat je nog meer met het materiaal kan doen. Als je goed in beeld hebt waar de interesse van het kind ligt, kan je ook in het verlengde daarvan iets nieuws introduceren.

Vaak introduceer ik een nieuw spelmateriaal in een kring of tijdens het meespelen. Ik laat het zien, we bekijken hoe het eruit ziet en ik beschrijf wat je er allemaal mee kan.

Je kan er ook voor kiezen om eerst zelf te spelen met het nieuwe materiaal om de nieuwsgierigheid op te wekken. Vervolgens laat je het materiaal achter en maak je jouw rondgang af.

Zodra je een geheel nieuw spel introduceert, zou ik dit op een gestructureerde manier doen. Vertel wat het is, wat je er mee speelt en leg ook de spelregels uit.

Bespreek met hoeveel kinderen en wie het spel gespeeld mag worden, op welke plek het gespeeld mag worden, hoelang hij of zij ermee mag spelen. De uitgangspunten van het boek Geef me de 5 helpen mij hier altijd enorm bij!

Zoals ik eerder vertelde verwerken kinderen met autisme de prikkels uit de omgeving op een andere manier dan ‘normaal’. Het kan prettig zijn om na een spelmoment waarbij je iets nieuws hebt geïntroduceerd extra bewust te zijn van een herstel- en rustperiode. Kijk goed naar zijn of haar behoefte.

Van reflecteren kun je leren!
Op het moment dat je merkt dat de wederkerigheid mist tijdens de spelbegeleiding, of dat er iets anders niet lekker loopt. Probeer dan eens een speelsessie te filmen. Bij het terugkijken kan je goed zien wat jouw gedrag voor effect heeft op het kind.

Leesvoer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *