Meteen naar de inhoud

Hoe kan je de taal stimuleren tijdens het spelen?

De eerste stapjes van de taalontwikkeling begint al in de buik van de moeder. In het brein worden al een set verbindingen aangelegd, zo herkennen baby’tjes al op jonge leeftijd klanken van hun moedertaal. 

Lang niet alle kinderen zijn de Nederlandse taal machtig op het moment dat zij starten op de basisschool. Misschien hebben zij een andere moedertaal of hebben zij moeite met taal.

Een rijke taalomgeving is al vanaf jonge leeftijd belangrijk. Het is minder belangrijk welke taal het is, zolang het rijke taal is.

In de vroeg- en voorschoolse periode hebben leidsters en leerkrachten de eer om de Nederlandse woordenschat en de taalvaardigheid van kinderen te stimuleren. 

Dit gebeurt bij terloopse gesprekken tijdens alledaagse dingen zoals lunchen, maar natuurlijk ook tijdens het voorlezen, uitstapjes of het spelen. 

In dit artikel beschrijf ik op welke manieren je tijdens het spelen de taal van jonge kinderen kan stimuleren. In een van mijn eerdere artikelen beschreef ik hoe je spelbegeleiding in de kleuterklas kan voorbereiden. Pak die er gerust bij!

Waarom zou je tijdens het spelen de taal en woordenschat stimuleren?

Taal oefen je in interactie met elkaar, het is een sociaal proces. Voor de hersenontwikkeling is het belangrijk dat je veel praat met jonge kinderen en dat zij de gelegenheid hebben om zelf te spreken. 

Tijdens het spelen kunnen kinderen oefenen met de taal. Zeker bij spelvormen als rollenspel hebben kinderen een en al interactie met elkaar.

Door hier bij aan te sluiten of de ruimte/tijd te vergroten, creëer je een betekenisvolle leer- en oefensituatie voor de kinderen in jouw klas. Tijdens het spelen oefenen en herhalen kinderen de aangeboden taal uit de omgeving. Dit zorgt voor stevige verbindingen in het brein.

Luc Stevens beschrijft drie basisbehoeften van mensen. Zodra deze behoeften bevredigd zijn, staat iemand open om te leren. Er ontstaat dan ruimte voor een innerlijke motivatie. Je kent ze misschien wel: relatie, competentie en autonomie. 

Binnen (de kenmerken van) spel komen deze drie basisbehoeften sterk terug. Spel stimuleert het gevoel van competentie en de autonomie omdat kinderen tijdens het spelen zelf bepalen wat zij doen en hoe zij dit doen.

De basisbehoefte relatie komt bijvoorbeeld terug in de ontwikkeling van het samenspelen. Bovendien is een spelsituatie de plek om sociale vaardigheden te oefenen.

Naast de drie basisbehoeften, zijn de andere kenmerken van spelen ook belangrijke elementen die helpen bij leren. De betrokkenheid, plezier en vrijwillig meedoen met het spel.

Spelen is voor (jonge) kinderen een natuurlijke vorm van oefenen en leren. Kinderen voelen zich veilig en zijn betrokken tijdens het spelen.

Op een ongedwongen manier kunnen zij bijvoorbeeld nieuwe woorden oefenen en gevoelens onder woorden brengen. Het denken en de taal worden al handelend aan elkaar gekoppeld.

Op welke manier kan je de woordenschat vergroten en taal stimuleren tijdens het spelen?

Zorg voor voldoende tijd en ruimte voor rollen- en fantasiespel.

Rollenspel stimuleert de taalproductie van kinderen. Tijdens het spel moeten zij overleggen over de rollen, het verloop van het verhaal en tijdens het spelen zelf wordt er veel gecommuniceerd.

Laat de nieuwe woorden terugkomen in de (thema)hoeken.

Om een nieuw woord te leren helpt het als een persoon dat woord vaak hoort en actief kan herhalen. Na een woordenschatles, aan de hand van bijvoorbeeld de methodiek Met Woorden in de Weer, zijn kinderen aan zet om te oefenen met het woord.

Zodra kinderen de gelegenheid krijgen om de woorden te gebruiken tijdens hun spel, hebben zij de gelegenheid om de woorden te herhalen.

Verwoord het handelen van jezelf en kinderen

Tijdens het spelen in, bijvoorbeeld de bouwhoek, kun je het handelen van het kind verwoorden. Op deze manier kun je ruimtelijke begrippen aanbieden. ‘Ik zie dat je toren hoger maakt, je legt er een blok bovenop’. 

Je kunt ook vragen stellen over hoe hij/zij het bouwwerk heeft gemaakt of hoe het zand bijvoorbeeld aanvoelt. Zeker als je zelf ook meespeelt, ontstaat er een natuurlijke situatie om deze vragen te stellen en taal toevoegen.

Van een Ambulant Begeleider vanuit Cluster 2 (spraak/taal) kreeg ik ooit ook de tip om het handelen te verwoorden om vervolgens het kind te vragen de zin te herhalen. Let hierbij wel op dat je het niet continu doet, dat kan het spelen belemmeren.

Speel samen gezelschapspellen

Bij veel gezelschapsspellen heb je taal nodig om het spel te spelen. Naast de sociale interactie met de ander, zijn er spellen waarbij je vragen stelt zoals bij het spel Wie ben ik? Of ben je actief bezig met woorden, zoals bij de spellen Pim Pam Pet of kwartet.

Daarnaast kun je een spel als memory gemakkelijk maken met de afbeeldingen van de aangeboden woorden van de woordenschatles. Hints en Pictionary zijn ook gemakkelijk te spelen met de nieuwe en oude woorden van een woordenschatles of een thema.

Demonstratiespel: geen betekenis en taal aan spel

Bij demonstratiespel doe je een kort toneelstukje waarin je laat zien hoe je bijvoorbeeld een telefoongesprek voert of hoe je afrekent in de supermarkt.

Nadat jij het voor hebt gedaan, mogen de kinderen dit in kleine groepjes naspelen. Vervolgens kunnen de kinderen dit eigen maken tijdens hun eigen spelmoment.

Kinderen hebben steun aan jouw handelen en de taal die jij gebruikt. Bovendien kan je op deze manier het spelrepertoir van kinderen vergroten en een nieuw inpuls geven.

Spel aan de hand van prentenboeken

Voorlezen is een mooie en leuke activiteit om de taalontwikkeling van kinderen te stimuleren. Bovendien zijn ze prachtig om naar te kijken! Persoonlijk ben ik fan van de prenten van Dieter en Ingrid Schubert. 

Zorg voor prentenboeken die aansluiten bij het thema, dit geeft kinderen de gelegenheid om aangeboden woorden nog een keer te horen. Daarnaast geeft het meer (talige) context van woorden.

Nadat je een prentenboek hebt voorgelezen kun je een verteltafel maken of kinderen de mogelijkheid geven om het verhaal na te spelen in de huis- of themahoek.

Kinderen kunnen het verhaal naspelen of bedenken zelf een verhaal met dezelfde personages. Zo stimuleer je de creativiteit en het verhaalbegrip bij de kinderen. 

Een valkuil (waar ik zelf ook in was getrapt) bij een verteltafel kan zijn dat je kinderen verplicht hetzelfde verhaal te spelen.

Het doel van de week was ‘ik kan een verhaal navertellen’. Dus ik zat klaar met mijn pen en papier om te observeren… Bedachten de kinderen hele andere verhalen! Absoluut niet fout, toch vroeg ik de kinderen om het verhaal na te ‘spelen’.

In dit geval is het geen spelen meer, maar wordt het een gestuurde activiteit. Staar je niet blind op de doelen, maar blijf de kinderen volgen. 

Even een momentje voor jezelf… 

Hoe stimuleer jij de taalproductie van de kinderen in jouw klas, wat doe of zeg jij?
Denk eens terug aan het laatste thema. Welke nieuwe woorden heb je aangeboden?
Op welke manier konden de kinderen oefenen met deze woorden?
Zou je hier een Demonstratiespel bij kunnen geven?
Hoe zorg jij voor de vrije speeltijd en -ruimte?
Welke valkuilen of obstakels kom jij hierbij tegen?

Hopelijk heb je nu een beter beeld hoe je de taal kan stimuleren tijdens het spelen. Maar misschien loop je ook wel tegen een aantal dingen aan… Heb je nog een vraag of een situatie waar je niet uit komt. Stuur mij dan gerust een berichtje!  

Voordat je lekker aan de slag gaat, hier nog een aantal laatste tips! Veel spelplezier.

Do’s

  • Verbeter de kinderen impliciet: herhaal wat zij zeggen op de juiste manier.
  • Speel op ooghoogte van het kind.
  • Wees tijdens het spelen aanwezig, in volle aandacht.
  • Knoop gesprekjes aan op rustige spelmomenten.
  • Maak gebruik van lichaamstaal.
  • Houd er rekening mee dat oogcontact niet voor iedereen makkelijk is, dit verschilt per cultuur.
  • Zorg voor wederkerigheid.

Dont’s

  • Maak er geen overhoring of lesje van, blijf spelen!
  • Neem niet de leiding over van het spel.
  • Forceer de taalproductie niet.

Leesvoer

Kenmerken van spel en spelen:

  • Spelen is vrijwillig, je kan een ander niet dwingen om te spelen.
  • Spelen is prettig, kinderen hebben plezier. 
  • Tijdens het spelen is er een grote betrokkenheid.
  • Kinderen hebben vrijheid van handelen. Zij bepalen zelf wat ze doen, in spel is alles mogelijk. 
  • Spel heeft zijn eigen regels (die de kinderen bedenken).
  • Spelen is open en flexibel, het proces is belangrijker dan een vorm van een eindproduct.

Ga terug naar het artikel.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.