Meteen naar de inhoud

Voorkom Rekenproblemen, 7 tips voor in de kleuterklas

Ongeveer een kwart van de kinderen heeft in een bepaalde mate moeite met rekenen. Dit betekent echter niet dat zij allemaal dyscalculie hebben; bij slechts een klein gedeelte van deze kinderen is er sprake van dyscalculie. In Nederland is dat ongeveer 2% van de kinderen.

In de kleuterperiode kan je als ouder of leerkracht reeds elementen herkennen van mogelijke toekomstige rekenproblemen. Denk bijvoorbeeld aan moeite met de telrij hebben of dat je geen natuurlijke drang tot tellen en sorteren observeert.

De ontwikkeling van kinderen, jong en oud, volgt zijn eigen patroon en tempo. Het betekent dus niet dat een kind dat in groep 2 de telrij nog niet kent, per definitie een rekenprobleem of dyscalculie heeft.

Wel kan je het als signaal meenemen en nadenken over wat je zou kunnen doen om een spelrijke omgeving te creëren die uitnodigt tot sorteren, tellen, ordenen, of bouwen. Vergeet hierbij ook niet de telliedjes en -versjes!

Wat zijn mogelijke signalen van een (toekomstig) rekenprobleem?

Moeite met de telliedjes of het benoemen van de telrij, geen kleine hoeveelheden kunnen toepassen zoals bij het tafeldekken of voor iedereen een appel pakken, …

Kinderen hebben een natuurlijke drang om voorwerpen te sorteren. Zo zag ik in mijn klas kinderen uit zichzelf knopen sorteren op kleur, patronen, of grootte. Zie je een kind dit nooit doen, dan zou dit ook een vroeg signaal kunnen zijn.

Ook zijn jonge kinderen van nature geïnteresseerd in tellen, hoeveelheden, en getallen. Kinderen tellen spontaan hun stukjes appel in de trommel, de blokken die zij hebben gebruikt, of de unicorns op hun tekening.

Veel mensen leren dingen tijdens terloopse gebeurtenissen; dit noem je impliciet leren. Je leert als het ware ‘per ongeluk’. Kinderen die dyscalculie hebben (of veel moeite hebben met rekenen), leren minder snel van deze impliciete momenten.

Het begrip ‘hoeveel’ is dan ook een ware ontdekking. Nadat je voorwerpen hebt geteld, kom je er namelijk achter ‘hoeveel’ je van iets hebt. Dit besef, het besef dat een getal een hoeveelheid aangeeft, is een belangrijk element. Op het moment dat jonge kinderen moeite hebben met deze koppeling, kan dit een voorteken zijn van een rekenprobleem.

Getalsymbolen krijgen door de jaren heen steeds meer betekenis voor jonge kinderen. Soms kan het echter zo zijn dat deze koppeling achter blijft. Een kind kan dan bijvoorbeeld wel een telrij opzeggen, maar dezelfde getallen nog niet in de juiste volgorde neerleggen. De vorm en de naam van het getal zijn bijgevolg nog niet gekoppeld.

Het is ontzettend belangrijk om de hoeveelheden te koppelen aan de naam en het symbool.

Daarnaast hebben kinderen moeite met het automatiseren van bijvoorbeeld de tafels, de splitsingen van tien, of bepaalde sprongen op de getallenlijn. Hierdoor blijven zij de kleinste onderdelen nog uitrekenen en zijn allerlei gekende strategieën lastig toe te passen. Je kunt je vast ook voorstellen dat hun werkgeheugen flink overbelast raakt.

Omdat alles meer rekentijd kost, ligt het werktempo van deze kinderen lager. Ook kan het zijn dat zij het moeilijk vinden om de motivatie te vinden voor hun rekenwerk en om zich hierop te concentreren.

Hoe ontstaan rekenproblemen?

Rekenproblemen kunnen verschillende oorzaken hebben. Dat je moeite hebt met rekenen, hoeft lang niet altijd te betekenen dat je dyscalculie hebt. Zo kunnen faalangst, een slechte rekenmethode, of slecht onderwijs ook een oorzaak zijn. Soms kan het ook zijn dat je een andere stoornis hebt, zoals een taalontwikkelingsstoornis, waardoor het leren een extra uitdaging kan zijn.

Rekenproblemen ontstaan als het de leerkracht of remedial teacher niet lukt om het aanbod te bieden. Dyscalculie wordt gekenmerkt door de hardnekkigheid van het rekenprobleem, ook na een goed aanbod. Kinderen met dyscalculie hebben moeite om de juiste rekenkennis op te roepen en toe te passen.

Wat doe je met jonge kinderen?
7 rekentips voor de kleuterklas

Tip 1: laat de kinderen de rekenbegrippen ervaren

In de kleuterfase van de ontwikkeling is het belangrijk dat de kinderen vooral veel ervaren, dit geldt ook bij rekenen. Laat de kinderen bijvoorbeeld ruimtelijke begrippen ervaren door hen in het klimrek omhoog te laten klimmen.

In het boek Bewegend en spelend rekenen staan tal van tips en inspiratie voor groep 1 tot en met 8. Voor activiteiten die echt alleen gericht zijn op het jonge kind raad ik je Spelend rekenen met peuters en kleuters aan.

Tip 2: voeg de juiste rekentaal toe

Zorg voor ruimte en vrijheid voor de leermomenten en observeer de kinderen terwijl zij experimenteren en uitproberen. Jij bent er om de juiste rekentaal aan de handelingen toe te voegen. Vertel stap voor stap wat je doet en wat je de kinderen ziet doen.

Tip 3: houd overzicht van je aanbod

Om een goede rekenbasis te ontwikkelen, is een compleet en breed aanbod nodig. Komt een kind nooit in aanraking met bijvoorbeeld de telrij, dan ontstaat er een hiaat.

De doelen verstop je in je hoeken en bied je expliciet aan. Als ik een nieuw thema opzet, vind ik het prettig om de overzichtskaarten van het SLO erbij te pakken.

Arceer bijvoorbeeld de doelen die je het schooljaar hebt aangeboden. Zo houd je overzicht en behoud je inzicht in jouw aanbod. Op deze manier kan je ontdekken welke rekengebieden je veel, weinig, of niet hebt aangeboden.

Tip 4: oefen met tellen en structuren

Daarnaast is het belangrijk om jonge kinderen te leren tellen en gebruik te laten maken van bepaalde structuren om hoeveelheden te vergelijken. Is het je opgevallen dat een kind hier moeite mee heeft? Geef hem of haar dan meer aandacht en tijd. Speel mee en doe handelingen voor.

Je bent in de kleuterklas vooral handelend bezig met de rekenontwikkeling.

Tip 5: zet de Vertaalcirkel in

Om de handelingen meer context en structuur te geven, kan je de stappen van de Vertaalcirkel inzetten. Op deze manier maak je een koppeling tussen context (een rekenverhaal), hun eigen lijf (door na te spelen) en meer abstracte vormen zoals de situatie uittekenen of nabootsen met blokken.

Tip 6: laat de kinderen zelf aan het woord

Nodig kinderen uit om hun handelen toe te lichten; hoe zijn zij tot hun oplossing gekomen? Denkt een ander kind hier anders over of juist hetzelfde? Wat kunnen we doen om achter het juiste antwoord/oplossing te komen? Kan je het ook zien? Hoe komen we hier achter?

Door deze reflectieve denkvragen te stellen, help jij de kinderen hun reflectievermogen op rekengebied te ontwikkelen. Dit is een belangrijk onderdeel wat op latere leeftijd geregeld wordt overgeslagen. Het is dus verstandig om dit als gewoonte in te slijten.

Tip 7: zing en lees voor

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7. Waar is Berend Botje gebleven?

Wie kent dit Hollandse liedje niet? Er zijn ontzettend veel verschillende liedjes waarbij de telrij voorbij komt. Er zijn ook heel wat andere favorieten bij jonge kinderen, liedjes waarbij er steeds één minder wordt. Liedjes en versjes met de telrij zorgen voor veel plezier en een leuke, informele manier om te werken aan de rekenvaardigheid van jonge kinderen.

Daarnaast zijn er tal van prentenboeken waarin rekenkundige principes voorbij komen. Kleuters genieten op dat moment van het verhaal en zien de prenten erbij. Deze boeken zijn dus ook super om in te zetten bij de Vertaalcirkel. Speel het verhaal na of maak een verteltafel over het prentenboek.

Leesvoer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.